Video's met bijbelfragmenten over het leven van Jezus Christus, de Messias

Kruisiging van Christus

Kruisiging van Christus

Rick Photo
Rick
11 months
9 Views
0 0
Categorie:
Rating:
Beschrijving:

Kruisiging


17 Zelf zijn kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota.  18 Daar sloegen zij Hem aan het kruis, en met Hem nog twee anderen, aan elke kant een en Jezus in het midden.  19 Pilatus had ook een opschrift laten maken en op het kruis doen aanbrengen. Het luidde: “Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.”  20 Vele Joden lazen dit opschrift, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.  21 De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus: “Ge moest er niet op zetten: “de koning van de Joden”, maar: “Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden.”  22 Pilatus antwoordde: “Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”

Bij het kruis van Jezus

23 Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren, voor iedere soldaat een deel. Ze namen ook de lijfrok, die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf.  24 Daarom zeiden ze tot elkaar: “Laten we die niet scheuren, maar er om loten wie hem krijgt.” Aldus moest de Schrift vervuld worden: Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad. Terwijl de soldaten hiermee bezig waren,  25 stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.  26 Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon.”  27 Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis. 28 Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: “Ik heb dorst.”  29 Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond.  30 Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht.” Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.


31 Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven – het was bovendien een grote sabbat – vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.  32 Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd, de benen stuk.  33 Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, sloegen zij Hem de benen niet stuk,  34 maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit.  35 Die het gezien heeft getuigt hiervan; zijn getuigenis is waar en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven.  36 Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden: Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,  37 terwijl nog een ander Schriftwoord zegt: Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken. 

 

Profetieën over de dood van Christus

Zacharia 12:10
Ik zal de geest van gunst en smeekgebeden uitstorten over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem, en ze zullen kijken naar degene die ze hebben doorstoken.

Psalm 22:1
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Waarom blijft u ver weg en redt u mij niet, ook al schreeuw ik het uit

Psalm 22:15
Mijn kracht is opgedroogd als een potscherf,mijn tong kleeft aan mijn gehemelte. U haalt mij neer naar het stof van de dood.

Psalm 22:16
Honden staan om mij heen. Als een meute boosdoeners sluiten ze mij in. Als een leeuw vallen ze mijn handen en voeten aan.

Psalm 22:17 [16]
Een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord

Psalm 22:18
Ze verdelen mijn kleren onder elkaar,ze verloten mijn kleding.

Psalm 34:20
Hij beschermt al zijn botten,niet één ervan is gebroken

Jesaja 50:6
Mijn rug gaf ik aan hen die sloegen

Jesaja 53:7-12

7 Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend.  8 Door een gewelddadig vonnis werd hij weggenomen; wie denkt nog over zijn bestemming na? Toch is hij uit het land der levenden weggerukt, geslagen om de weerspannigheid van mijn volk.  9 Men gaf hem een graf bij de boosdoeners, en bij de rijken een laatste rustplaats, hoewel hij geen onrecht heeft begaan en er in zijn mond geen bedrog is geweest.  10 Maar het heeft Jahwe behaagd hem ziek te maken en te breken. Waarlijk, als een zoenoffer gaf hij zijn leven. Nakomelingen zal hij mogen zien, en lang blijven leven; immers, wat Jahwe behaagde heeft zijn hand volvoerd.  11 Omwille van het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien en met kennis verzadigd worden. Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken, doordat hij hun zonden draagt.  12 Daarom geef Ik hem zijn deel te midden van de velen, en samen met hun machthebbers verdeelt hij de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf totterdood, en zich bij de weerspannigen liet tellen. Hij echter had de zonde van velen op zich genomen en kwam zo voor de weerspannigen op.  

 

Volgende Automatisch afspelen